Rb. Haarlem 1 november 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BB7536
Invoer cocaïne op Schiphol. Duwersbol aangetroffen nadat douanebeambte verdachte had verzocht de onderkleding te laten zakken. Volgens verdediging was sprake van onrechtmatig verkregen bewijs, omdat de ambtenaar in kwestie niet bevoegd was dit verzoek te doen. In het licht van voormelde regelgeving dient op grond van de hiervoor vermelde vaststaande feiten, de door de verbalisant uitgevoerde kledingvisitatie, waarbij zij een abnormale verdikking ter hoogte van het kruis van verdachte voelde en die bestond uit het betasten van de kleding van verdachte, als lijfsvisitatie op grond van artikel 17 van de Douanewet te worden beschouwd, zulks omdat verdachte op dat moment nog niet was aangehouden. Tot die kledingvisitatie was de verbalisant in haar hoedanigheid van douaneambtenaar dan ook bevoegd. Het daarop volgende verzoek om de onderkleding te laten zakken en het daaraan op vrijwillige basis gevolg geven door verdachte, kan niet worden beschouwd als een onderzoek aan het lichaam, als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Tot een dergelijk onderzoek behoefde ook niet te worden overgegaan, omdat reeds direct nadat verdachte haar onderkleding had laten zakken zonder nader onderzoek zichtbaar was, dat er een duwersbol uit haar vagina stak. Nu verdachte vrijwillig heeft voldaan aan een verzoek om haar onderkleding te laten zakken, waarna onmiddellijk die uit die vagina stekende duwersbol zichtbaar was en verdachte zelf die duwersbol uit haar vagina heeft verwijderd, is het aantreffen van die duwersbol rechtmatig geweest.
De uitspraak op rechtspraak.nl