Rb. Haarlem 11 januari 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BB3707
Artikel 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Het bezwaarschrift van veroordeelde tegen het nader bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard. Per abuis is de rechtbank aan de te stellen voorvragen voorbijgegaan. Het bezwaarschrift is niet op de wijze als bedoel in artikel 451, eerste lid Sv. ingediend en volgens vaste jurisprudentie kunnen brieven van een advocaat niet als een bijzondere volmacht als bedoeld in artikel 450 eerste lid onder Sv aan de griffier worden opgevat. Veroordeelde had derhalve niet in zijn bezwaarschrift kunnen worden ontvangen, maar om proceseconomische redenen zal de rechtbank afzien van het daaraan normaliter te verbinden gevolg. De rechtbank is van oordeel dat voor minderjarigen telkens een belangenafweging moet worden gemaakt tussen enerzijds de belangen van de minderjarige en anderzijds het algemeen maatschappelijk belang dat is gebaat met de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde. Op dit moment kan niet worden gezegd dat het gevaar voor herhaling of het begaan van een nieuw ernstig strafbaar feit zo onwaarschijnlijk is dat in dit geval bepaling en verwerking van het DNA-profiel van veroordeelde niet noodzakelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl