Rb. Haarlem 24 mei 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA7518
Verweerder heeft met een beroep op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 februari 2006, LJN AV2317 zich op het standpunt gesteld dat een loondoorbetalingsverplichting niet meer aan de orde kon zijn. De rechtbank is evenwel van oordeel dat verweerder daarmee een onjuiste uitleg van de uitspraak van de Raad heeft gegeven. Uit de onderliggende stukken is gebleken dat verweerder tijdig voor einde wachttijd een loondoorbetalingsverplichting aan de werkgever heeft opgelegd. In een dergelijke situatie heeft verweerder in zijn besluit om de loondoorbetalingsverplichting in te trekken, niet kunnen volstaan met de enkele verwijzing naar de bovengenoemde uitspraak van de Raad. Hoewel de Raad in genoemde uitspraak heeft beslist dat artikel 5, tweede lid Bvlp in strijd is met artikel 71a, negende lid, WAO, wil dit nog niet zeggen dat verweerder geen loonsanctie meer kan opleggen. Nu verweerder zijn standpunt dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht niet heeft verlaten, kan verweerder een loondoorbetalingsverplichting op grond van artikel 71a, negende lid, WAO aan de werkgever opleggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl