Rb. Haarlem 30 maart 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA4032
De politierechter heeft ambtshalve aanleiding gezien te onderzoeken of de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden wachtmeester der Koninklijke marechaussee District Schiphol, die voorafgaande aan de staandehouding van verdachte, belast waren met de basispolitiezorg, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c van de Politiewet 1993 op de luchthaven Schiphol, bevoegd waren om het onderzoek naar het aan verdachte ten laste gelegde feit in te stellen. Daarbij heeft de politierechter als uitgangspunt genomen dat verdachte buiten het gebied van de luchthaven Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeer, het werkgebied van voormelde opsporingsambtenaren van de Koninklijke Marechaussee, op de Rijksweg A4 elders in de gemeente Haarlemmermeer door hen is staande gehouden, nadat zij op grond van een bij het Meld- en Informatiecentrum Schiphol van de Koninklijke marechaussee binnengekomen melding dat er een voertuig, Nissan Sunny, voorzien van het kenteken [kenteken], slingerend en met een veel te lage snelheid over de rijksweg A4 reed, daarnaar een onderzoek hadden ingesteld. (...) In aanmerking genomen dat het optreden van de op Schiphol gestationeerde wachtmeesters van de Koninklijke marechaussee [verbalisant 1] en [verbalisant 2], die reden in een van een stoptransparant voorziene onopvallende surveillanceauto, voortvloeide uit een bij hun meld- en informatiecentrum via de meldkamer van de KLPD in Driebergen binnengekomen melding over gevaarlijk weggedrag – bestaande in slingerend en met een veel te lage snelheid rijden op de Rijksweg A4, een druk bereden autosnelweg in de nabijheid van hun bewakingsgebied in de gemeente Haarlemmermeer, welk weggedrag zij ook zelf hebben waargenomen, oordeelt de politierechter dat het optreden van voormelde wachtmeesters van de Koninklijke marechaussee geboden was ter beëindiging van de op grond van de binnengekomen informatie terecht als kennelijk zeer gevaarlijk beoordeelde verkeerssituatie, tot welke beëindiging zij op grond van de aanwezigheid van een stoptransparant op hun surveillanceauto in staat waren.
De uitspraak op rechtspraak.nl