Rb. Haarlem 13 april 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA2938

Geschokte rechtsorde; Afwijzing vordering gevangenhouding gelet op jurisprudentie van het EHRM; Betreft verdachte van drugssmokkel (1512,5 gram cocaine), first offender, woonachtig in Nederland. De rechtbank dient te beoordelen of in het geval van deze verdachte is voldaan aan de grond van gevaar voor maatschappelijke onrust. In dit kader is van belang dat de voorlopige hechtenis van vergelijkbare verdachten in het recente verleden regelmatig is geschorst. Op geen enkele wijze is gebleken dat het feit dat deze verdachten in afwachting van hun berechting op vrije voeten werden gesteld, tot maatschappelijke onrust heeft geleid. De rechtbank ziet in de specifieke feiten en omstandigheden van het onderhavige geval geen enkele concrete aanwijzing dat vrijlating van deze verdachte in afwachting van haar proces mogelijk wél tot maatschappelijke onrust zou leiden. Om die reden concludeert de rechtbank dat er in dit geval geen gronden zijn voor de voorlopige hechtenis. De vordering tot gevangenhouding zal derhalve worden afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen