Rb. Haarlem 13 april 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA2930

Op grond van het huidige Arbeidstijdenbesluit mag een werknemer hoogstens 48 uur per week werken. De werknemer kan kiezen voor een “opt out”, op basis waarvan dan (uiteraard tegen betaling van de extra uren) gemiddeld maximaal 60 uur per week mag worden gewerkt. Het op dit moment nog door de Brandweer gebruikte dienstrooster, dat gebaseerd is op een 54-urige werkweek, is in strijd met dit regime. De OR heeft op die grond de instemming aan dat rooster onthouden. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de gemeente tot de invoering van het nieuwe rooster zonder in strijd met de huidige regels te handelen een 54-uursrooster zou kunnen handhaven, wanneer zij gebruik zou maken van het aanbod van het brandweerpersoneel om met ieder van hen individueel een opt out regeling te treffen. Dat zal echter niet gaan zonder dat de gemeente de te maken overuren beloont. De voorzieningenrechter oordeelt dat de mogelijkheid bestaat dat op korte termijn een uniforme landelijke regeling wordt bereikt. Het belang van de gemeente bij een dergelijke regeling krijgt dan ook in zoverre voorrang dat de OR (op dit moment) niet kan verlangen dat verdere uitvoering van het 54-uursrooster achterwege blijft totdat met het betrokken personeel overeenstemming over opt out is bereikt. Wel moet de gemeente de zekerheid bieden dat de gemaakte overuren in de periode dat het overleg loopt, zullen worden gecompenseerd voor het geval daarover landelijk geen overeenstemming zal worden bereikt. Waar gewerkt wordt, moet immers ook betaald worden. De vordering wordt gedeeltelijk en onder voorwaarden toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen