Rb. Haarlem 21 maart 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA2034
Raadsman betwist dat de kennisgeving conform art. 588 lid 3 Sv is betekend, waardoor de termijn voor instellen van bezwaarschrift niet is gaan lopen. De politierechter verwerpt dit verweer. Artikel 588, vierde lid, Sv bepaalt dat, in het belang van een goede uitvoering van dat wetsartikel, nadere regels kunnen worden gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Artikel 3 van het Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen, in samenhang met artikel 1 van de Regeling bepalingen uitreiking van gerechtelijke mededelingen aan griffier, bepaalt ter uitwerking van bovenstaande dat, in een geval als dit waarin het Centraal Justitieel Incassobureau handelt namens het openbaar ministerie, voor de uitreiking aan de griffier als bedoeld in artikel 588, derde lid, Sv, kan worden volstaan met toezending van de mededeling aan de desbetreffende griffie. De politierechter is voorts van oordeel dat genoemde (lagere) regelgeving binnen de grenzen blijft van het belang van een goede uitvoering. De afwijking van de wettelijke regeling, verzending per post naar de griffie in plaats van feitelijke uitreiking aan de griffier, is gering terwijl het belang in de uitvoerende sfeer groot is. Gelet op de keuze voor een landelijk geconcentreerde verwerking bij het CJIB, is het immers niet doenlijk om elk stuk ter plaatse van elke griffie uit te reiken. Het belang van veroordeelde is, te meer daar de mededeling in elk geval door het openbaar ministerie naar zijn GBA-adres wordt verzonden, met deze regelgeving niet in het geding.
De uitspraak op rechtspraak.nl