Rb. Haarlem 17 oktober 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1606

2.6 De rechtbank overweegt allereerst dat het ontbreken van goedkeuring door de rechtbank van de opgestelde partnerschapsvoorwaarden ingevolge artikel 1:166 jo 119 BW absolute nietigheid van die voorwaarden meebrengt en de gevolgen van het eerdere huwelijk herleven. 2.7 Vervolgens komt aan de orde de vraag of de in artikel 12 van de voorwaarden opgenomen (voorwaardelijke) alimentatieovereenkomst ook wordt getroffen door die nietigheid. De rechtbank volgt de vrouw in haar stelling dat de nietigheid van de voorwaarden slechts ziet op die onderdelen van de voorwaarden die betrekking hebben op de vermogensrechtelijke regelingen tussen partijen, nu dit past in de aard en de functie die deze voorwaarden in ons wettelijk systeem innemen, zodat voormelde nietigheid geen gevolg heeft voor de (voorwaardelijke) regeling die partijen met betrekking tot de door de man te betalen alimentatie zijn overeengekomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen