Rb. Haarlem 1 september 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1004
Uit vaste jurisprudentie van de CRvB volgt dat het enkele feit dat de werknemer in een geval van een, al dan niet geregelde, ontbinding de kantonrechter niet vraagt om bij de datum van de ontbinding dan wel bij het toekennen van een vergoeding met de voor hem geldende fictieve opzegtermijn rekening te houden geen benadelingshandeling oplevert. Door zich alleen te baseren op het feit dat eiseres geen schadevergoeding heeft gevraagd bij de kantonrechter, te stellen dat uitzonderingen niet aan de orde zijn en verder geen argumenten te noemen waarom in dit geval wel een benadelingshandeling kon worden aangenomen, heeft verweerder in strijd met artikel 24 WW gehandeld. De door verweerder naar voren gebrachte stelling dat eiseres niet het onderste uit de kan heeft gehaald, is onvoldoende.
De uitspraak op rechtspraak.nl