Rb. Haarlem 1 augustus 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AY5837
Artt. 57, 285b Sr. Opzettelijk brandstichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is; Belaging, meermalen gepleegd. Verdachte heeft gedurende langere tijd haar (ex) partner en diens vriendin lastig gevallen onder meer door het plegen van hinderlijke telefoontjes en het verzenden van hinderlijke sms-jes. Voorts heeft zij de bezigheden van haar (ex) partner en diens vriendin gevolgd, door in de omgeving van hun woning te posten. Bovendien heeft zij misbruik gemaakt van financiële gegevens over beide slachtoffers, waarover zij niet rechtmatig de beschikking had gekregen. De obsessie van verdachte met deze personen ging zo ver en naar moet worden aangenomen haar woede over hun relatie was zo groot, dat zij uiteindelijk brand heeft gesticht op de zolderetage van hun woning. Door haar proceshouding heeft verdachte geen inzicht gegeven in de omstandigheden die haar tot deze gedragingen hebben gebracht, en heeft de reclassering geen hulpaanbod kunnen doen, waarmee de rechtbank bij haar straftoemeting rekening had kunnen houden. Op grond van het vorenoverwogene ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur opleggen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl