Rb. Haarlem 19 juli 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AY4421
Vonnis in een incident ex art. 118 Rv (gedwongen tussenkomst). Uit de wetsgeschiedenis van art. 12a Rv oud, thans art. 118 Rv, volgt dat het bij noodzakelijke cumulatie, zoals door S. gevorderd, dient te gaan om een zaak waarin meerdere partijen belangen hebben, waarover alleen maar tezamen kan worden beslist. Daarvan is in het onderhavige geschil echter geen sprake, nu voor een beoordeling van de door de Manege ingestelde vorderingen, het betrekken van de Houthandel in de onderhavige procedure niet noodzakelijk is. Het zonder noodzaak laten tussenkomen van een derde partij, zou een onaanvaardbare inbreuk betekenen op het beginsel dat partijen de aard en omvang van de rechtsstrijd bepalen.
De uitspraak op rechtspraak.nl