Rb. Haarlem 11 mei 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AX8595
Import kaviaar. Verdachte stelt zich op het standpunt dat voor de zending van 1 juli 2005 en voor die van 6 juli 2005 een vrijstelling geldt van het in artikel 13 van de Flora- en faunawet (FFW) neergelegde verbod. De officier van justitie heeft betoogd dat er voor de onderhavige zendingen geen vrijstelling geldt, aangezien – zo begrijpt de rechtbank – de onvolkomenheden aan de daarbij aangetroffen vergunningen en aan de verpakkingen en sluitzegels met zich brengen dat de invoervergunningen niet geldig zijn, hetgeen zou volgen uit het systeem van de regelgeving. De rechtbank is van oordeel dat voor de partijen kaviaar bedoeld in het onder 1 ten laste gelegde feit wel een vrijstelling geldt en voor de partij bedoeld in het ten laste gelegde onder 2 niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl