Rb. Haarlem 11 mei 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AX3063
De door het Hof van Justitie EG in C-218/83 gegeven uitleg brengt niet mee dat de artikelen 17 en 32 van Protocol nr. 4 van de Europaovereenkomst inzake een associatie tussen de EU en Hongarije (1999/149/EG) eraan in de weg staan dat de bij de autoriteiten van het land van invoer aanwezige kennis omtrent de oorsprong niet mag worden bezien bij het toepassen van de preferentie in het land van invoer. De inspecteur mocht op het moment van uitreiken van de utb aannemelijk achten dat de EUR.1-certificaten door de Hongaarse autoriteiten op onjuiste gronden - gebaseerd op onjuiste Nederlandse bescheiden - waren afgegeven.
De uitspraak op rechtspraak.nl