Rb. Haarlem 25 april 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AW5696
Uit de verklaring van de door de douane ingeschakelde juwelier blijkt niet ondubbelzinnig dat sprake is van een nieuwe armband. Met name de mededeling omtrent de kennelijk ongebruikelijke reparatie leidt niet zonder meer tot de conclusie dat het gaat om een nieuw sieraad. Onder de gegeven omstandigheden acht de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake was van een gebruikte armband en daarmee van een terugkerend goed in de zin van artikel 185, eerste lid, CDW.
De uitspraak op rechtspraak.nl