Rb. Haarlem 23 maart 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AV8557
Bij aankomst in Nederland geen aangifte gedaan van kostbaar horloge. Het ligt niet in de rede dat in een geval als het onderhavige de douaneautoriteiten met inachtneming van artikel 848 UCDW geen (aanvullende) bewijsstukken mogen verlangen. De door eiseres in artikel 323 UCDW gelezen bevestiging van artikel 313, eerste lid, UCDW wordt niet gevolgd, omdat niet is voldaan aan onderdeel a van artikel 323.
De uitspraak op rechtspraak.nl