Rb. Haarlem 16 maart 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AV7795

Herziening en terugvordering WW-uitkering. Het Uwv is van mening dat de uit de vut-cao voortvloeiende aanvullende uitkering op de WW-uitkering in mindering moet worden gebracht omdat de uitkering op grond van de regeling ‘Gelijkstelling van uitkeringen met ouderdomspensioen’ is gelijk te stellen met inkomsten wegens ouderdomspensioen. De rechtbank concludeert dat voldoende is aangetoond dat de bedoeling van de regeling tot het verstrekken van de aanvullende uitkering gericht is op het verstrekken van een suppletie op de werkloosheidsuitkering en dat de tekst van de vut-cao deze bedoeling ook voldoende tot uitdrukking brengt. De hier besproken aanvullende uitkering als geregeld in de vut-cao moet ook in de visie van de regelgever buiten de kortingsregeling vallen als omschreven in artikel 34 WW.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen