Rb. Haarlem 30 november 2005, ECLI:NL:RBHAA:2005:AX9245
De officier voert het volgende aan. Bij de verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] is op Schiphol in totaal € 378.000,-- aangetroffen. Zij wilden dit geld naar Colombia vervoeren. Dit aantreffen is de aanleiding geweest van het onderzoek. (...) Op grond van alle bovenstaande leugenachtige en ongeloofwaardige verklaringen van alle verdachten concludeert het openbaar ministerie dat de overeenkomst van geldlening vals is. Het openbaar ministerie stelt dat eerst nadat verdachte en [medeverdachte 1] zijn aangehouden de overeenkomst van geldlening is opgesteld. Achteraf is getracht het voorval te legitimeren. De Hoge Raad heeft in haar uitspraak van 27 september 2005 (Nieuwsbrief 2005, 418) een vergelijkbare casus behandeld. In deze zaak is sprake van nog meer tegenstrijdigheden en is een hard feit dat de datum op de overeenkomst niet klopt. Ik acht het witwassen in de zaak tegen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] wettig en overtuigend bewezen. Ik acht opzet bewezen. Op het beslag dient een beslissing van de rechtbank te volgen, ook al is door verdachte afstand getekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl