Rb. Haarlem 22 juli 2005, ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0439

Verweerder heeft eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van € 45.000,-- op grond van de artikelen 8.20 en 11.16 Wet luchtvaart juncto de artikelen 3.1.3 en 3.1.5 Luchthavenverkeersbesluit Schiphol. Hierbij is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van schending van artikel 6 EVRM. De artikelen 3.1.3 en 3.1.5 LVB bevatten een duidelijke en kenbare norm die verder gaat dan een inspanningsverplichting. Het ligt op de weg van eiseres aan te tonen dat er sprake is geweest van geoorloofde redenen voor afwijking. Verweerder heeft niet het vertrouwen gewekt dat in het eerste jaar dat deze wetgeving van kracht is, geen boete zou worden opgelegd. Bij overtreding van het bepaalde in artikel 8.20 Wet luchtvaart, welke kan bestaan uit meerdere afwijkingen van regels omtrent gebruik van het luchtruim en beschikbaarheid van banen, is de maximaal op te leggen boete in enig gebruiksjaar € 100.000,--, ongeacht het aantal overschrijdingen. Verweerder is er ten onrechte vanuit gegaan dat voor iedere afwijking van de regels afzonderlijk een boete kan worden opgelegd van maximaal € 100.000,--.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen