Rb. Haarlem 26 juli 2005, ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0323
Door de rechtbank is ter zitting aan de orde gesteld dat het in deze situatie voor de hand zou liggen dat moeder eenhoofdig gezag over [naam minderjarige] vraagt. Desgevraagd heeft de Raad aangegeven deze mogelijkheid te hebben uitgesloten, omdat in het verleden is gebleken dat de moeder door manipulatie van de vader min of meer noodgedwongen heeft afgezien van het inschrijven van een echtscheidingsbeschikking waarin haar het eenhoofdig gezag was toegekend. De Raad heeft aangegeven dat de maatregel van ontheffing, gegeven het doel dat de Raad daarmee beoogt te bereiken, namelijk de kans op ontvoering verkleinen, voor de Raad geen meerwaarde heeft in vergelijking met eenhoofdig gezag. Desgevraagd heeft de moeder aangegeven dat zij, na alles wat er gebeurd is, zich niet bestand acht tegen de druk die een procedure tegen de vader met zich mee zou brengen. De rechtbank heeft de indruk gekregen dat de moeder thans geen draagkracht heeft een dergelijk verzoek te doen. De rechtbank is echter wel van mening dat het in het belang van [naam minderjarige] is dat er thans duidelijkheid komt over de verblijfplaats van [naam minderjarige] en dat voorkomen moet worden dat de vader haar zonder toestemming wederom naar het buitenland meeneemt. De kans dat de vader weer hiertoe zal overgaan, acht de rechtbank reëel omdat hij in november, ondanks de ondertoezichtstelling, [naam minderjarige] voor een aantal maanden heeft meegenomen naar onder meer [] en []. Hij heeft ter zitting ook verklaard niet te zullen rusten totdat [naam minderjarige] weer bij hem woont. De rechtbank ziet op grond van het hiervoor overwogene aanleiding ambtshalve het eenhoofdig gezag toe te kennen aan de moeder, nu deze maatregel in het belang van [naam minderjarige] geacht moet worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl