Rb. Haarlem 16 juni 2005, ECLI:NL:RBHAA:2005:AT8258
XTC-handel Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen welke gericht waren op de productie van buitengewoon grote hoeveelheden van – naar schatting circa vijftig miljoen – XTC-pillen. XTC is een bewustzijnsbeïnvloedend middel. Uit onderzoek blijkt dat na gebruik van XTC levensbedreigende en psychische klachten kunnen optreden. In de afgelopen jaren zijn na gebruik van XTC meermalen jonge mensen overleden. Ten aanzien van feit 1 primair Verdachte heeft bij dit strafbare feit een prominente rol gespeeld. Verdachte was de enige medewerker van het im- en exportbedrijf dat de containers met daarin de grondstoffen voor XTC-pillen in Nederland invoerde. Hij verzorgde de administratieve afhandeling van deze containers en nam samen met anderen het lossen van de containers voor zijn rekening. Verdachte’s rol bestond daarnaast uit het verkopen van de mihoen en sojasaus, die als deklading voor de grondstoffen fungeerde. Ten aanzien van feit 2 primair Ook ten aanzien van dit feit heeft verdachte’s rol er in bestaan, overtollig geworden miefang, die immers bij invoering van de container in Nederland enkel diende als maskering voor lading waarin zich verboden grondstoffen bevonden, te lossen en elders onder te brengen of te verkopen. Daarmee fungeerde verdachte als een logistieke, onmisbare schakel: de verboden PMK wordt immers telkens met behulp van volumineuze deklading ingevoerd, waarna niet alleen de PMK zijn weg in het criminele circuit vervolgt, maar ook de – op zichzelf onschuldige – deklading van de hand moet worden gedaan. Het dossier bevat diverse aanwijzingen dat wat dit laatste betreft zich problemen hebben voorgedaan op het vlak van de opslagruimte en het tempo van de afzet. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan te hebben volhard in de houding te kunnen volstaan met het zich louter bekommeren om de deklading, terwijl er ook heel iets anders aan de hand was.
De uitspraak op rechtspraak.nl