Rb. Haarlem 1 december 2004, ECLI:NL:RBHAA:2004:AR6804
Dubbele verzekering; onverschuldigde betaling; premieristorno; 281WvK; 7.17.1.12 NBW 1986; ambtshalve aanvulling van rechtsgronden. Geschil of tussen partijen een verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen. Indien dat zo is, zou verzekerde dubbel verzekerd zijn en heeft de verzekeraar geen risico gelopen.Verzekerde vordert teruggaaf van de door haar betaalde premies o.g.v. onverschuldigde betaling (6:203 BW). Het Wetboek van Koophandel voorziet evenwel in deze situatie, onder meer in de artikellen 281 WvK jo.277 WvK. Bovendien kent het komende recht in 7.17.1.12 NBW de hoofdregel dat geen premie is verschuldigd door de verzekeringsnemer die niet te kwader trouw is, indien en voorzover in het geheel geen risico is gelopen. Rechtbank moet o.g.v. art 25 Rv. ambtshalve de rechtsgronden aanvullen, maar wil anderzijds geen verrassingsbeslissing geven. Partijen mogen zich daarom uitlaten over het leerstuk van de premieristorno.
De uitspraak op rechtspraak.nl