Rb. Haarlem 29 november 2004, ECLI:NL:RBHAA:2004:AR6696
Een medewerker van "'t Nieuwe Lloyd" in Amsterdam, tevens voorzitter van de ondernemingsraad, is door verweerder (de Minister van Justitie) geschorst, terwijl hem ook de toegang tot de dienstgebouwen is ontzegd. Verweerder twijfelt aan de integriteit van betrokkene (urenverantwoording, resideclaraties), terwijl tevens is geconstateerd dat betrokkenes optreden in de instelling conflicterend werkt. Verweerder acht daarom terugkeer van betrokkene op de werkvloer, in afwachting van nader extern onderzoek, niet mogelijk. De voorzieningenrechter ziet echter aanleiding de (inmiddels al tien maanden durende) schorsing op te heffen. Overwogen wordt dat wanneer het extern onderzoek klaar is en betrokkene hierin zou worden vrijgepleit, verweerder ook zal komen te staan voor de vraag of betrokkene kan terugkeren. In de belangenafweging neemt de voorzieningenrechter mee dat de betrokkene nooit eerder disciplinair is gestraft, terwijl hij verweerder slechts voor een gering bedrag heeft benadeeld. Bovendien zag het Bureau Integriteit en Veiligheid geen reden voor een verder disciplinair onderzoek. Hetgeen verweerder heeft aangevoerd is onvoldoende voor het langer doen voortdurenvan de schorsing. Tot slot is van belang dat er op 8 december 2004 OR-verkiezingen zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl