Rb. Haarlem 27 juli 2004, ECLI:NL:RBHAA:2004:AQ5835

De rechtbank is van oordeel dat het Uwv ten onrechte het college van burgemeester en wethouders niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar bezwaar tegen een WAO-besluit, nu het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder f, van de Gemeentewet bevoegd was om te besluiten om namens de gemeente een bezwaarprocedure te voeren en omdat niet is gebleken dat het college van burgemeester en wethouders niet namens de gemeente maar op eigen naam bezwaar heeft willen maken. Het Uwv heeft dan ook volgens de rechtbank ten onrechte het college van burgemeester en wethouders als bezwaarmaker aangemerkt. Daarmee is de tenaamstelling en de inhoud van de beslissing op bezwaar niet juist. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de gemeente ontvankelijk in haar beroep tegen de beslissing op bezwaar, die aan het college van burgemeester en wethouders is uitgereikt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen