Rb. Haarlem 17 mei 2004, ECLI:NL:RBHAA:2004:AO9606

Door de uitlatingen van de minister in een radio-interview is verzoeker niet rechtstreeks in zijn rechtspositioneel belang getroffen, zodat tegen die uitlatingen geen bezwaar openstaat en derhalve is een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Onzorgvuldig handelen door de minister is onvoldoende aangetoond. Ter zake van hetgeen de minister tijdens het mondelinge vragenuur in de Tweede Kamer heeft meegedeeld, kan hij op grond van artikel 71 Grondwet niet in rechte worden aangesproken, zodat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen