Rb. Haarlem 21 januari 2004, ECLI:NL:RBHAA:2004:AO2105

Chipshol vordert van de Provincie Noord-Holland een bedrag van ruim 118 miljoen euro. Chipshol voert daartoe aan: - dat zij eigenares is van 38,5 hectare grond gelegen in Schiphol-Zuidoost; - dat de gemeente Haarlemmermeer het met betrekking tot die grond vigerende bestemmingsplan in het jaar 2000 heeft gewijzigd in die zin dat Chipshol het terrein kon gaan gebruiken voor bedrijfsbebouwing en dat Chipshol daartoe ook een bouwvergunning heeft gekregen; - dat de Provincie vanaf oktober 2000 ten onrechte (en daarom onrechtmatig) haar goedkeuring aan het wijzigingsbesluit van de gemeente heeft onthouden, hetgeen pas is rechtgezet in september 2002 door de Raad van State; - dat door het onrechtmatig handelen van de Provincie de ontwikkelplannen bijna twee jaar vertraging hebben ondervonden en dat deze vertraging mede mogelijk heeft gemaakt dat de Minister van Verkeer en Waterstaat in februari 2003 een bouwverbod op de grond heeft uitgevaardigd, daartoe gebruikmakend van een haar in de Luchtvaartwet toegekende bevoegdheid; - dat zij in totaal schade lijdt wegens het niet doorgaan van de ontwikkelplannen en door waardedaling van de grond tot het gevorderde bedrag. In haar beslissing gaat de rechtbank er van uit dat de Provincie, door haar weigering goedkeuring te verlenen aan het wijzigingsbesluit van de gemeente Haarlemmermeer, inderdaad een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens Chipshol. De rechtbank beoordeelt de schade die uit deze onrechtmatige daad voortvloeit echter anders dan Chipshol. Volgens de rechtbank zou de Minister van Verkeer en Waterstaat ook een bouwverbod hebben uitgevaardigd in het geval de Provincie niet onrechtmatig jegens Chipshol zou hebben gehandeld. Ook in het geval de Provincie in het jaar 2000 haar goedkeuring aan het wijzigingsbesluit van de gemeente Haarlemmermeer zou hebben verleend, zou volgens de rechtbank de Minister immers daartoe op grond van het ook toen geldende verdrag van Chicago zijn overgegaan, zodat de schade die Chipshol stelt te hebben geleden niet zozeer het gevolg is van het handelen van de Provincie alswel van het handelen van de Minister van Verkeer en Waterstaat. De Luchtvaartwet kent een procedure tot vergoeding van de schade die het gevolg is van het bouwverbod. Deze procedure is door Chipshol al in gang gezet en de uitkomst daarvan zal moeten worden afgewacht. Door het handelen van de Provincie is echter wel ongeveer twee jaar vertraging ontstaan, waardoor de schadevergoeding aan Chipshol, die de uitkomst is van die procedure, ongeveer twee jaar later plaatsvinden dan zonder die vertraging, zodat Chipshol twee jaar rente derft. In de onderhavige zaak van Chipshol tegen de Provincie heeft de rechtbank dan ook de gevorderde schadevergoeding ten bedrage van 118 miljoen euro afgewezen, maar de gederfde rente van twee jaar over het nog vast te stellen bedrag aan schade (in de procedure op grond van de Luchtvaartwet) als door de Provincie veroorzaakte schade aan Chipshol toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen