Rb. Haarlem 3 oktober 2000, ECLI:NL:RBHAA:2000:AA7513

Artt. 201, 167 en 179 Provinciewet behelzen geen bijzondere openbaarheidsregeling die de Wob opzij zet. De belasting van het ambtelijk apparaat mag niet leiden tot het de facto niet verstrekken van de gevraagde informatie. Afwijzing Wob-verzoek om inzage in declaraties, bonnen en nota's betreffende buitenlandse dienstreizen van de Commissaris der Koningin en de leden van GS. Artt. 201, 167 en 179 Provinciewet zijn de juridische basis voor een staatsrechtelijke en politieke controletaak van provinciale staten, die derhalve het politieke primaat hebben, maar deze wet houdt, anders dan verweerders stellen, geen uitputtende regeling van openbaarheid in. Voor zover de Provinciewet in de artt. 167.2 en 179.2 het recht op inlichtingen regelt, kunnen deze regels worden beschouwd als dienstbaar aan de controletaak van PS en de individuele statenleden. Voorts kan de weigeringsgrond van art. 10.2 g Wob de beslissing niet dragen. Het standpunt van verweerders inzake de betekenis van een ingesteld extern onderzoek is onvoldoende feitelijk onderbouwd. Geen betekenis kan worden toegekend aan het feit dat het verzochte materiaal - mogelijkerwijs - ook is betrokken in het onderzoek door accountants. Met een beroep op art. 7 Wob hebben verweerders volstaan met informatieverstrekking op jaarrekeningenniveau. Deze wijze van informatieverstrekking biedt echter geen enkel zicht op de onderliggende opbouw van de declaraties. Ofschoon verweerders rekening mogen houden met het belang van een vlotte voortgang der werkzaamheden en de president er niet blind voor is dat het verzoek van eiser een niet onbeduidend beslag zal leggen op het ambtelijk apparaat, mag behartiging van dit belang niet leiden tot het de facto niet verstrekken van de gevraagde informatie. Vernietigt het bestreden besluit. De Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Holland en Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, verweerders. mr. G. Guinau (president)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen