Rb. Groningen 24 mei 2012, ECLI:NL:RBGRO:2012:BW6584

De voorzieningenrechter overweegt dat het besluit inhoudt dat een ieder zich uit het gebied in kwestie dient te verwijderen, zodra een ambtenaar van de politie hiertoe een aanwijzing geeft, en dat dit in concreto betekent dat het tentenkamp van Ter Apel ontruimd dient te worden. Gezien het vergaande karakter van het besluit, dat ook door verweerder is aangeduid als een noodbevel, kan dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter uitsluitend zijn gebaseerd op art. 175 Gemw en niet op een van de andere door verweerder genoemde bepalingen. Uit de wetsgeschiedenis van art. 175 Gemw blijkt dat uitgangspunt bij de toepassing van dit artikel is dat in extreme omstandigheden terzijdestelling van wettelijke bepalingen mogelijk moet zijn. Hierbij dient echter te worden voldaan aan onder meer het beginsel van proportionaliteit, waaraan door de rechter getoetst kan worden. De voorzieningenrechter overweegt dat hem uit de ter beschikking staande stukken niet is gebleken dat verweerder heeft getracht het brandgevaar weg te nemen door het nemen van andere, minder vergaande, maatregelen dan het noodbevel. Evenmin is in het licht van hetgeen door en namens verzoekers naar voren is gebracht, gebleken dat dergelijke maatregelen niet of niet langer mogelijk waren. Onder voornoemde omstandigheden acht de voorzieningenrechter het nemen van een noodbevel disproportioneel. Dit leidt de voorzieningenrechter tot het voorlopige oordeel dat aan verweerder niet de bevoegdheid toekwam een besluit te nemen op grond van art. 175 Gemw. Het bezwaar tegen het besluit heeft daarom, inhoudelijk beschouwd, een redelijke kans van slagen. Desondanks ziet de voorzieningenrechter geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening in de vorm van schorsing van het besluit. Doordat de ontruiming van het tentenkamp op 23 mei 2012 reeds heeft plaatsgevonden en door de mededeling ter zitting door verweerder dat dit ook geldt voor het onderdeel dat men zich van het gebied verwijderd dient te houden, is het besluit in juridische zin reeds uitgewerkt. Schorsing van het besluit is daarmee zinledig geworden. Bovendien levert schorsing niet het door verzoekers gewenste resultaat op nu tevens de door verzoekers bestreden verordening van kracht is die (onder meer) het opnieuw oprichten van een tentenkamp niet toestaat. In dat verband overweegt de voorzieningenrechter voorts dat de door verzoekers bestreden verordening een algemeen verbindend voorschrift is, gebaseerd op art. 176 Gemw. Uit art. 8:2, aanhef en onder a, van de Awb volgt dat hiertegen geen bestuursrechtelijk rechtsmiddel openstaat. Voorts doet zich hier niet de situatie voor dat op grond van de noodverordening een maatregel ten aanzien van verzoekers is genomen, waartegen thans wordt opgekomen en ter zake waarvan een voorlopige voorziening wordt verzocht. Reeds om die reden kan niet worden toegekomen aan de vraag of de noodverordening in overeenstemming is met hogere regelgeving, in het bijzonder art. 176 Gemw, en of aan de voorwaarden van de verordening is voldaan. De voorzieningenrechter is dus niet bevoegd met betrekking tot de verordening een voorlopige voorziening te treffen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen