Rb. Groningen 4 januari 2011, ECLI:NL:RBGRO:2011:BP0827
De man heeft de rechtbank verzocht om vervangende toestemming voor de erkenning van twee minderjarige kinderen. In het onderhavige geval heeft de man de Cubaanse nationaliteit, zodat gelet op artikel 4 Wet conflictenrecht afstamming (WCA) wat betreft de bevoegdheid van de man en de voorwaarden voor de erkenning het Cubaanse recht van toepassing is. Voor zover al erkenning naar Cubaans recht mogelijk is, is de rechtbank niet gebleken van voorwaarden voor erkenning. Gelet op het belang van de kinderen dat vast komt te staan van wie zij afstammen, zal de rechtbank het Nederlandse recht toepassen, zijnde het recht van de gewone verblijfplaats van de kinderen. Op de toestemming van de moeder tot de erkenning is toepasselijk het recht van de staat waarvan de moeder de nationaliteit bezit. Nu de vrouw de Nederlandse nationaliteit bezit is zowel op de toestemming van de moeder tot de erkenning, als op de vraag of bij gebreke van toestemming van de moeder deze kan worden vervangen door een rechterlijke beslissing het Nederlandse recht van toepassing. De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de man om de kinderen van partijen te erkennen.
De uitspraak op rechtspraak.nl