Rb. Groningen 17 februari 2010, ECLI:NL:RBGRO:2010:BM3987
(Vervolg op uitspraak met LJN-nummer BM3991) De kinderen zijn (3,5 maand later) met spoed uit huis geplaatst. Bij de voorbereiding van de zitting (suhp) bleek dat de WSG bij haar verzoek slechts het rapport Raadsonderzoek van de Raad van de Kinderbescherming -dat ten grondslag lag aan het eerdere verzoek tot ondertoezichtstelling- had overgelegd. De griffier heeft voorafgaande aan de zitting per mail bij de WSG een plan van aanpak, een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling en de bijbehorende indicatiebesluiten opgevraagd. Eerst ter zitting is een verslag van de ondertoezichtstelling en de indicatiebesluiten overgelegd. Ter zitting is de indruk ontstaan dat door de WSG tot het aantreden van de huidige gezinsvoogd, geen adequate acties zijn ondernomen om aan het gezin hulp en ondersteuning te bieden. Ook is onbekend welke doelen er zijn nagestreefd. Gelet ook op het ontbreken van een plan van aanpak, acht de kinderrechter het wenselijk dat de WSG nadere informatie verstrekt. Mede omdat ook de indruk wordt gewekt dat de WSG thans ook van mening is dat een terugkeer van de kinderen naar huis niet meer tot de mogelijkheden behoort. De kinderrechter merkt daarbij tevens op dat als de WSG reeds thans van mening is dat ook op termijn een terugkeer van de kinderen naar huis niet aan de orde kan zijn, de vraag beantwoord dient te worden of een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing de geëigende maatregelen zijn. De suhp is bekrachtigd en iedere verdere beslissing is aangehouden teneinde WSG in de gelegenheid te stellen hetgeen door de kinderrechter is verzocht over te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl