Rb. Groningen 15 oktober 2009, ECLI:NL:RBGRO:2009:BL7168

Bouwovergangsrecht in verband met wijziging Wro en Woningwet. De voorzieningenrechter overweegt dat in de toelichting van artikel 46, derde lid, van de Woningwet vermeld staat dat het situaties betreft, waarin de aanvraag om bouwvergunning wordt gedaan op een moment waarop het benodigde planologische besluit nog niet bekend is gemaakt. De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat de aanvraag om bouwvergunning op 4 december 2008 is ingediend bij verweerder. Uit dit gegeven vloeit voort dat het bepaalde in de Woningwet, zoals in werking getreden per 1 juli 2008, op deze aanvraag van toepassing is. Tussen partijen is niet in geschil, en de voorzieningenrechter neemt dit als een vaststaand gegeven aan, dat het thans voorliggende bouwplan in strijd is met de planvoorschriften van het vigerende bestemmingsplan. Voorts dient te worden vastgesteld dat er ten tijde van de aanvraag om bouwvergunning (nog) geen vrijstellingsbesluit was genomen en bekend gemaakt door verweerder. Gelet hierop en de voormelde toelichting is het bepaalde in artikel 46, derde lid, van de Woningwet op de onderhavige situatie van toepassing. Van een in het wetsartikel voorgeschreven ontheffing dan wel project besluit van verweerder is de voorzieningenrechter in het onderhavige geval niet gebleken. Onder die omstandigheden dient dan ook geconcludeerd te worden dat verweerder geen toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 46, derde lid, van de Woningwet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen