Rb. Groningen 7 november 2008, ECLI:NL:RBGRO:2008:BG4440

Strafrechtelijke ontruiming van een pand (redelijk vermoeden van overtreding van artikel 429sexies en artikel 461 Sr). Van belang is de vraag of de Staat, op grond van redelijk vermoeden van overtreding van met name artikel 429sexies Sr, door over te gaan tot feitelijke ontruiming van het pand, zoals de kraker stelt, ongerechtvaardigde inbreuk maakt op het door de Grondwet en het EVRM gewaarborgde recht op bescherming van zijn woning. Opvallend aan deze voorgelegde vraag is dat deze aan verschillende rechterlijke instanties (in kort geding) is voorgelegd en niet gekenmerkt wordt door een eenduidige beantwoording. Voor het antwoord op de vraag of de Staat, uitgaande van genoemd redelijk vermoeden, de politie opdracht kon geven om het gekraakte pand te ontruimen, zijn blijkens de jurisprudentie verschillende benaderingen mogelijk. Zie bijvoorbeeld het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 26 februari 2008, een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen van 24 oktober 2008 (rolnr. 104911/ KG ZA 08-343) en een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem van 7 mei 2008. De vordering om de Staat, en via haar de Officier van Justitie, te verbieden over te gaan tot ontruiming wordt afgewezen. Voor zover sprake is van een op grond van de Gw en/of EVRM gevestigd huisrecht ten behoeve van de kraker, dan is dat recht, omdat dat is verkregen na het wederrechtelijk in gebruik nemen van een (onroerende) zaak als woning, in vergelijking met het eigendomsrecht van de gemeente Groningen op die zaak, een relatief “zwak” recht, dit vooral ook omdat bij die vergelijking niet voorbij gegaan kan worden aan het feit dat een eigenaar in beginsel recht heeft op het ongestoord genot van zijn eigendom (artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM). Inmenging in dit relatief “zwak recht” bestaande uit een middels ontruiming beëindigen van het wederrechtelijk gebruik van het pand en het daarbij behorende terrein is, gelet op het redelijk vermoeden van overtreding door de kraker van artikel 429sexies en 461 Sr en op de bepalingen in de wet RO, de Pw en het wetboek van Sr en Sv, zijnde wetten in formele zin, geen ongerechtvaardigde inbreuk op dat recht en op die grond evenmin een willekeurige inmenging in een persoonlijke aangelegenheid als genoemd in artikel 12 van de Universele verklaring van de rechten van de mens.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen