Rb. Groningen 16 juli 2008, ECLI:NL:RBGRO:2008:BD7438

Bestuurdersaansprakelijkheid. Artikelen 2:9 en 2:11 BW. De rechtbank is van oordeel dat de bestuurder (directeur) en enig aandeelhouder van de B.V. die te Hoogezand een werf exploiteerde heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de B.V. haar contractuele verplichtingen jegens de opdrachtgever tot het bouwen van een schip niet is nagekomen en dat het handelen van de bestuurder ten opzichte van de opdrachtgever in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is geweest dat haar daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De vordering van de opdrachtgever om de bestuurder te veroordelen tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, wordt toegewezen. Tevens wordt bij wijze van provisionele voorziening op basis van art. 223 Rv de bestuurder veroordeeld om EUR 1.500.000,- te voldoen als voorschot op de schadevergoeding .

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen