Rb. Groningen 13 november 2006, ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ8225
Door verdachte is tot niet-ontvankelijkheid van de officier geconcludeerd omdat de Arbeidsomstandighedenwet 1998 ook de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete kent. Problematiek doet zich niet voor omdat er bij de overtreding van artikel 10, zoals ten laste gelegd, niet is voorzien in de mogelijkheid van een bestuurlijke boete. Ook de mogelijkheid om het feitencomplex zoals dat uit het dossier naar voren komt, onder een artikel te brengen dat wel een beboetbaar feit kan zijn, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid omdat de vrijheid van de officier om de feiten op een bepaalde manier te vervolgen, gerespecteerd moet worden. Uit het feit dat de wetgever in artikel 10 spreekt van ‘die’ werknemer van ‘de’ werkgever kan naar het oordeel van de economisch politierechter niet worden afgeleid dat onder het begrip ‘andere personen’ ook moet worden begrepen de werknemers van een andere werkgever die op dezelfde werkplek werkzaamheden verrichten. Naar het oordeel van de economisch politierechter heeft de wetgever hiermee slechts tot uitdrukking willen brengen dat iedere werkgever voor zich verantwoordelijk is voor de veiligheid van derden, niet zijnde werknemers.
De uitspraak op rechtspraak.nl