Rb. Groningen 2 november 2006, ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ2013

De rechtbank heeft een zwakbegaafde man vrijgesproken terzake van seksuele delicten (242/244oud Sr. en 245 Sr. resp. 246 Sr.) met zijn minderjarige zus resp. zijn minderjarig nichtje als slachtoffers, nu zij ter zake de door hem bij, een overigens op dit terrein gespecialiseerde afdeling van, de politie afgelegde verklaringen niet betrouwbaar acht vanwege de wijze en aard van de verhoren. Met betrekking tot een ander aan deze verdachte tenlastegelegd feit (246/247 Sr.) met een buurmeisje, heeft de rechtbank het OM niet ontvankelijk verklaard in haar vervolging nu een aangifte ter zake van de wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige slachtoffer ontbrak, en ook anderszins niet kon worden aangenomen dat een klacht ter zake was ingediend noch een wens tot vervolging te kennen was gegeven. De rechtbank heeft wel een veroordeling uitgesproken aangaande ontucht met verdachtes minderjarige nichtje tot 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, met bijzondere voorwaarden, en een proeftijd van 3 jaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen