Rb. Groningen 3 augustus 2006, ECLI:NL:RBGRO:2006:AY5611

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden voor de invoer van vijftien bolletjes cocaïne. De verdediging voert verweren met betrekking tot onrechtmatig verkregen bewijs; betreft het ontbreken van bevelen van de officier van justitie ten aanzien van telefoontaps en (beweerdelijk) stelselmatige observaties en het ontbreken van toestemming van de verdachte tot het doen van onderzoek in het lichaam van de verdachte. Er is geen sprake van onrechtmatig verkregen telefoontaps nu de officier van justitie ter terechtzitting alsnog een ordner met de bevelen van de officier van justitie (alsmede de machtigingen van de rechter-commissaris) ex artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering heeft overgelegd aan de rechtbank en de rechtbank heeft verzocht die ordner toe te voegen aan het strafdossier van de verdachte en de raadsman van de verdachte hiermee heeft ingestemd. Er is geen sprake van stelselmatige observaties, nu daarbij geen technische hulpmiddelen zijn gebruikt, de observaties een relatief beperkte tijdsduur hebben gehad, de observaties hebben plaatsgevonden op openbare c.q. voor iedereen toegankelijke plaatsen en geen van de observaties hebben beoogd een min of meer volledig beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het privé-leven van de verdachte, of daartoe hebben geleid. Niet vereist is dat er een bevel van de officier van justitie aan bedoelde observaties ten grondslag ligt. Ingevolge het bepaalde in artikel 56 van het Wetboek van Strafvordering is niet de toestemming van de verdachte vereist voor een onderzoek in zijn lichaam.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen