Rb. Groningen 25 januari 2006, ECLI:NL:RBGRO:2006:AV0355
Gegrondverklaring bezwaarschrift minderjarige tegen het bepalen en verwerken van haar DNA-profiel. De rechtbank is van oordeel dat gelet op het gestelde in artikel 8 EVRM en artikel 40 IVRK bij de afweging over de toepasbaarheid van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden op een minderjarige de persoonlijke belangen van de minderjarige afgewogen dienen te worden tegen het algemeen maatschappelijk belang en dat daarbij gelet op artikel 3 IVRK het belang van de minderjarige de eerste overweging dient te vormen. Daarbij dient gekeken te worden naar de leeftijd van de veroordeelde ten tijde van het begaan van het misdrijf, de reële ernst van het feit, de omstandigheden waaronder deze is begaan, de mate van eventuele recidive en de overige persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde. De rechtbank is van oordeel dat de belangen van veroordeelde in casu het zwaarst moeten wegen.
De uitspraak op rechtspraak.nl