Rb. Groningen 1 april 2005, ECLI:NL:RBGRO:2005:AT3310
Aan verzoeker is de verplichting opgelegd om zich te onderwerpen aan een educatieve maatregel ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid. Na afloop van het voorgesprek is een negatief afloopbericht opgemaakt. Verzoeker is vervolgens een herkansing geboden. Van het tweede voorgesprek is opnieuw een negatief afloopbericht opgemaakt. Verweerder heeft hierna het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard, omdat verzoeker onvoldoende heeft meegewerkt aan de educatieve maatregel. De voorzieningenrechter overweegt dat, blijkens de informatie die verweerder bij de uitnodiging tot de EMA verstrekt en voorts blijkens de uitnodiging voor het voorgesprek en de cursusdagen, de EMA uit een individueel (voor)gesprek en drie cursusdagen bestaat. Verweerder mag gelet op artikel 131, zesde lid, WVW de EMA op deze wijze vorm geven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, nu het voorgesprek als onderdeel van de opgelegde EMA moet worden aangemerkt, de vereiste medewerking als bedoeld in artikel 132, eerste lid, WVW tevens ziet op het voorgesprek. Verzoeker was derhalve verplicht om ook aan het voorgesprek de vereiste medewerking te verlenen. Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betalen griffierecht; Afdeling Bestuursrecht Raad van State, 200503400/2 d.d. 15 juni 2005.
De uitspraak op rechtspraak.nl