Rb. Groningen 11 maart 2005, ECLI:NL:RBGRO:2005:AS9912

De voorzieningenrechter verbiedt gedaagde op straffe van een dwangsom eisers in rechte te betrekken en als gemachtigde tegen eisers op te treden. Verder wordt het gedaagde verboden zich, direct of indirect, tot eisers te richten. Gedaagde heeft vele procedures tegen eisers gevoerd, waarin hij steeds hetzelfde aan de orde stelt, waarbij ook steeds dezelfde argumenten gebruikt, die veelal geen hout sneden en snijden en gezocht zijn, onnavolgbaar danwel onbegrijpelijk. In de gegeven omstandigheden en gelet op diverse rechterlijke uitspraken waaruit blijkt dat over alle door gedaagde bij herhaling aangedragen punten, voor zover al begrijpelijk, reeds onherroepelijk is beslist door diverse kantonrechters, voorzieningenrechters en rechters van de civiele sector van deze rechtbank, moet het ervoor worden gehouden dat verdere procedures van gedaagde tegen de Middelhorst (eisers) evident kansloos zijn, zodat een onevenredigheid is ontstaan tussen het belang van gedaagde - om gebruik te kunnen (blijven) maken van zijn bevoegdheid (rechts)personen in rechte te betrekken - en het belang van de wederpartij - om te verhinderen te worden betrokken in bij voorbaat kansloze procedures. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat een voortgezet procederen in nieuw aan te brengen zaken door gedaagde tegen (één of meer leden van) de Middelhorst misbruik oplevert van zijn door de wet gegeven bevoegdheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen