Rb. Groningen 25 juli 2003, ECLI:NL:RBGRO:2003:AI0677

In kort geding verzoekt eiser de vorzieningenrechter gedaagde te veroordelen om aan eiser te betalen een bedrag van € 7.957,95. In reconventie heeft [gedaagde] voor eis geconcludeerd te bepalen dat [eiser] de door partijen in maart 1992 gesloten overeenkomst inzake de kosten van levensonderhoud en studie van de kinderen van partijen dient na te komen. [...] De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde] om bij wege van voorschot aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 6.668,65. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen in reconventie af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen