Rb. Groningen 9 februari 2001, ECLI:NL:RBGRO:2001:AB0567

Verklaring huurgegevens huursubsidie van de voorzitter van de huurcommissie is geen besluit als bedoeld in art. 1:3, eerste lid Awb. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op de "Verklaring huurgegevens huursubsidie" van de voorzitter van de huurcommissie in het ressort Groningen, waarin is vastgesteld dat er sprake is van een zogenaamde all-in prijs als bedoeld in art. 11a Huurprijzenwet woonruimte aangezien een aantal roerende zaken wordt meegeleverd, zonder dat daarvoor een aparte vergoeding is overeengekomen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser en zijn vader moeten worden geacht te zijn overeengekomen hetgeen door de voorzitter van de huurcommissie in zijn verklaring is vermeld, nu zij zich niet tot de kantonrechter hebben gewend ter zake van deze verklaring. Verweerder heeft evenwel miskend dat met betrekking tot de verklaring van de voorzitter van de huurcommissie geen beroep kan worden ingesteld, dan wel anderszins een voorziening kan worden gevraagd bij de kantonrechter. Voorts kan de verklaring van de voorzitter niet worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in art. 1:3, eerste lid, Awb. De verklaring is niet zelfstandig op rechtsgevolg gericht. Zij krijgt eerst betekenis bij de vaststelling van de aanspraak op huursubsidie. Er staat daarom ook geen bezwaar en beroep op grond van de Awb open ter zake van een dergelijke verklaring. Waar het bij de toekenning van huursubsidie gaat om de vaststelling van een burgerlijk recht moeten, gelet op art. 6 EVRM, de aan het geschil ten grondslag liggende feiten ter beoordeling aan de rechter kunnen worden voorgelegd. Nu vaststaat dat met betrekking tot de verklaring van de voorzitter van de huurcommissie noch bij de kantonrechter, noch bij de bestuursrechter rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, dient de juistheid van die verklaring dan ook te worden betrokken bij de beoordeling van de aanspraak van eiser op huursubsidie. De rechtbank stelt met eiser vast dat de voorzitter van de huurcommissie in zijn verklaring niet heeft aangegeven welke roerende zaken met de verhuurde woonruimte zijn meegeleverd, waardoor eiser wordt belemmerd in zijn mogelijkheden ter zake verweer te voeren. Besluit vernietigd wegens strijd met art. 7:12, eerste lid Awb. De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, verweerder. mr. B.J.H. Hofstee

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen