Rb. Groningen 26 februari 2001, ECLI:NL:RBGRO:2001:AB0239
Beschikbaar in de zin van art. 3.1.b, BWOO. Aansluiting bij art. 16 WW. Alsnog weigering van BWOO-uitkering per 1 december 1995, aangezien eiser niet feitelijk werkloos was en niet reëel beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Rechtbank: Voor het antwoord op de vraag of B na 1 december 1995 beschikbaar was om arbeid te aanvaarden, is bepalend of objectief is vast te stellen dat B beschikbaar was. Onder verwijzing naar de betekenis van het begrip 'beschikbaarheid' in art. 16 van de WW overweegt de rechtbank dat er sprake moet zijn van feitelijke beschikbaarheid. Tot niet-beschikbaarheid kan volgens vaste jurisprudentie geconcludeerd worden indien blijkt dat de betrokkene zich uitsluitend in theorie beschikbaar heeft gehouden en de beschikbaarstelling geen of een zeer gering realiteitsgehalte heeft. In casu is de rechtbank van oordeel dat eiser, in verband met (het opzetten van) zijn eigen bedrijf niet reëel beschikbaar is geweest voor de arbeidsmarkt. Beroep ongegrond. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, verweerder. mr. drs. A. Houtman
De uitspraak op rechtspraak.nl