Rb. Groningen 20 juni 2000, ECLI:NL:RBGRO:2000:AA6875

Het betekenen van een exploit van beslaglegging door een deurwaarder is een privaatrechtelijke rechtshandeling. Afwijzing verzoek om vergoeding van schade welke zou zijn geleden als gevolg van het feit dat deurwaarder ten onrechte een nader aangegeven exploit van beslaglegging heeft uitgebracht. De tenuitvoerlegging van een vonnis van de burgerlijke rechter is een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het optreden van de deurwaarder speelt zich geheel af in het kader van het privaatrecht. Anders dan eiser heeft betoogd kan het exploit van beslaglegging niet worden aangemerkt als een beschikking op aanvraag, ook al zou de deurwaarder als een bestuursorgaan moeten worden aangemerkt. De schade waarvan eiser vergoeding verzoekt is daarom niet veroorzaakt binnen het kader van de uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid. Dat betekent dat niet is voldaan aan het door de ABRS ontwikkelde criterium met betrekking tot de bevoegdheid van de bestuursrechter om kennis te nemen van beslissingen op verzoeken om schadevergoeding die niet op een specifieke wettelijke grondslag berusten. Voorts is uitsluitend de burgerlijke rechter bevoegd met betrekking tot executiegeschillen. Derhalve staat geen bezwaar en beroep op grond van de Awb open ter zake van een beslissing van de deurwaarder op een verzoek tot vergoeding van de schade ten gevolge van een onrechtmatig gelegd beslag. C, gerechtsdeurwaarder te [plaats], verweerder mr. B.J.H. Hofstee

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen