Rb. Groningen 10 augustus 2000, ECLI:NL:RBGRO:2000:AA6873
Werkgever heeft in verband met loondoorbetalingsplicht rechtstreeks belang bij besluit inzake weigering ZW-uitkering aan werkneemster. Besluit inzake weigering ZW-uitkering aan werkneemster. Door eiseres (werkgeefster) ingediend bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard. Op grond van art. 629, eerste lid, van het Burgerlijk wetboek (BW) bestaat er voor eiseres, kort gezegd, een loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van haar werknemers. Ingevolge het vierde lid van deze bepaling wordt op het door te betalen loon het bedrag van enige geldelijke uitkering die haar werknemers toekomt krachtens enige wettelijk voorgeschreven verzekering in mindering gebracht. Het besluit van verweerder dat de arbeidsongeschiktheid op 16-08-1998 geen verband houdt met zwangerschap of bevalling betreft een dergelijke uitkering. Omdat dit besluit een weigering van een dergelijke uitkering inhoudt, heeft het tot gevolg dat de loondoorbetalingsverplichting van art. 629, eerste lid, BW van rechtswege onverkort op eiseres van toepassing is. Het besluit van verweerder heeft dan ook rechtstreeks financiële gevolgen voor eiseres, zodat zij als belanghebbende bij dit besluit moet worden aangemerkt. Verweerder heeft eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Beroep gegrond. Het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen, verweerder. mr. G. Laman
De uitspraak op rechtspraak.nl