Rb. Groningen 5 maart 1999, ECLI:NL:RBGRO:1999:AA3499

Ondanks niet bestraffen van weigering ademanalyse heeft verweerder kunnen bepalen dat eiser geschiktheidonderzoek tot het besturen van motorrijtuigen moest ondergaan. Besluit dat eiser zich dient te onderwerpen aan geschiktheidonderzoek tot het besturen van motorrijtuigen op grond van de overweging dat eiser ademanalyse heeft geweigerd. Gelet op deze weigering heeft verweerder kunnen bepalen dat eiser zich dient te onderwerpen aan bedoeld onderzoek, ook al heeft inmiddels strafrechter bedoelde weigering niet bestraft. De onderhavige procedure betreft een administratieve maatregel in het belang van de verkeersveiligheid, die losstaat van de strafrechtelijke zaak. De bestuursrechter is bij zijn oordeelsvorming niet gebonden aan de stringente bewijsmiddelen van het strafrecht. Besluit ongeldigverklaring rijbewijs onvoldoende gemotiveerd. Bij herhaaldelijk besturen van een motorrijtuig onder invloed bestaat slechts een vermoeden van ongeschiktheid. Een specialist zal vervolgens moeten beoordelen of dit vermoeden gerechtvaardigd is. Nu de onderzoekers i.c. concluderen dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn voor alcoholmisbruik c.q. alcoholafhankelijkheid, kan niet met recht worden gesteld dat er bij eiser sprake is van alcoholmisbruik. Gegrond beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen