Rb. Gelderland 27 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:739

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag en openlijke geweldpleging in vereniging in het centrum van Apeldoorn. Hij had een woordenwisseling met een man. De zoon van verdachte sloeg de man daarop met een bierfles in het gezicht. Daarop escaleerde het en sloegen en schopten verdachte en zijn zoon de man. Verdachte had een mes in zijn hand tijdens het gevecht, waardoor de man verschillende verwondingen opliep. Ook anderen mengden zich in het gevecht. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van voorwaardelijke opzet op de dood van de man. Een van de steekletsels waarvan de rechtbank bewezen acht dat verdachte die heeft toegebracht, had kunnen leiden tot ernstiger letsel van de lever, dan wel letsel aan andere organen. Het letsel had in dat geval fataal kunnen zijn. Door in het gevecht gebruik te maken van een mes, waarbij in de buik is gestoken, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans op de dood van de man aanvaard. De rechtbank legt een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op en de maximale taakstraf. Daarbij is ook rekening gehouden met het feit dat verdachte al ruim een jaar een enkelband draagt, wat een beperking van zijn vrijheid inhoudt. De benadeelde partij heeft een vordering ingediend. De rechtbank legt geen hoofdelijke aansprakelijkheid op. Het grootste deel van de schade is ontstaan door toedoen van verdachte. Verdachte moet daarom 70% van de toegewezen schade aan de benadeelde partij betalen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen