Rb. Gelderland 17 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7109

Verzoek tot handhavend optreden tegen overkapping. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/3603
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2026
in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. M.M. Breukers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn, het college
(gemachtigde: mr. G. Heusschen).

Inleiding

1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek van eiser tegen de terrasoverkapping die is gerealiseerd aan het pand aan [adres] in Apeldoorn.

1.1 Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.2 De rechtbank heeft het beroep op 8 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.

Procesverloop

2 Op 6 juni 2023 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor een terrasoverkapping aan het pand dat is gelegen op het adres [adres] in Apeldoorn (de omgevingsvergunning).

2.1 Op 21 april 2024 heeft eiser het college verzocht om handhavend op te treden. Volgens eiser is de terrasoverkapping in afwijking van de omgevingsvergunning gerealiseerd. Eiser is eigenaar van de woning op het perceel [adres] in Apeldoorn. De woning van eiser bevindt zich onder één kap met het pand waaraan de terrasoverkapping is gerealiseerd.

2.2 Op 23 mei 2024 heeft het college besloten om het verzoek van eiser af te wijzen (het primaire besluit). Volgens het college is er geen overtreding van een wettelijk voorschrift omdat er voor de terrasoverkapping een omgevingsvergunning is verleend.

2.3 Op 3 juli 2024 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

2.4 Tijdens de controle van 28 januari 2025 is door de toezichthouder van het college vastgesteld dat de terrasoverkapping niet in overeenstemming met de omgevingsvergunning is gerealiseerd. De overstekken aan de voorzijde en aan de zijkant van de terrasoverkapping waren niet ingetekend op de tekeningen behorend bij de omgevingsvergunning. Verder heeft de toezichthouder vastgesteld dat aan de voorzijde van de terrasoverkapping geen dakgoot is bevestigd, terwijl deze wel was ingetekend op de tekeningen behorend bij de omgevingsvergunning. Tot slot heeft de toezichthouder vastgesteld dat de bouwhoogte van de terrasoverkapping 2,82 meter bedraagt en dat dit wel in overeenstemming is met de omgevingsvergunning.

2.5 Op 28 april 2025 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de aangebrachte wijzigingen aan de terrasoverkapping (de gewijzigde omgevingsvergunning). Met deze gewijzigde omgevingsvergunning zijn de aangebrachte overstekken aan de voorzijde en aan de zijkant van de terrasoverkapping gelegaliseerd.

2.6 Op 9 juli 2025 heeft het college besloten op het bezwaar van eiser (de beslissing op bezwaar). Het college heeft besloten het primaire besluit voor zover dat betrekking heeft op de vermeende overtredingen op de overstekken en de dakgoot te herroepen. Daaropvolgend heeft het college opnieuw het handhavingsverzoek van eiser afgewezen. Volgens het college zijn de aangebrachte overstekken gelegaliseerd met de gewijzigde omgevingsvergunning en is tijdens een controle vastgesteld dat de dakgoot alsnog is bevestigd aan de terrasoverkapping. Voor het overige is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en is het primaire besluit in stand gelaten.

Beoordeling door de rechtbank

3 De rechtbank beoordeelt de beslissing op bezwaar aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

4 De rechtbank verklaart het beroep van eiser ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Beroepsgronden

De rechtbank stelt voorop dat de omgevingsvergunning en de gewijzigde omgevingsvergunning onherroepelijk zijn en daarmee in rechte vaststaan. In onderhavige procedure dient de rechtbank daarom alleen te beoordelen of de terrasoverkapping, zoals eiser stelt, is gerealiseerd in afwijking van deze onherroepelijke omgevingsvergunningen.

Is de terrasoverkapping in afwijking van de verleende omgevingsvergunning(en) gerealiseerd?

5 Eiser betoogt dat de terrasoverkapping niet in overeenstemming met de omgevingsvergunning is gerealiseerd. Eiser stelt dat de gerealiseerde terrasoverkapping afwijkt van de tekeningen die behoren bij de omgevingsvergunning. De terrasoverkapping is volgens eiser aanmerkelijk hoger tegen de muur van het pand aangezet. Op pagina 7 van de tekeningen blijkt namelijk dat de aanzet juist op de muurregel en daarmee onder de daklichten is gesitueerd, aldus eiser. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst eiser naar het welstandsadvies van 6 april 2023 dat is uitgebracht over de terrasoverkapping. In dit welstandsadvies is volgens eiser uitdrukkelijk geadviseerd om de terrasoverkapping onder de bestaande bovenlichten aan te zetten. Daarbij merkt eiser op dat het voor hem niet inzichtelijk is of het bouwplan waarover de welstandscommissie op 6 april 2023 een advies over heeft uitgebracht, daadwerkelijk (ook) ten aanzien van de aansluiting op de gevel is gewijzigd. Dit laatste acht eiser waarschijnlijk omdat de welstandscommissie op 30 mei 2023 alsnog een positief advies heeft afgegeven en het college in zijn verweerschrift tegen zijn bezwaar tegen de verleende omgevingsvergunning zich nadrukkelijk op het standpunt heeft gesteld dat het bouwplan is aangepast aan het welstandsadvies om de terrasoverkapping onder de bovenlichten te laten aansluiten.

5.1 Het college stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een overtreding. Het college stelt dat de wijze van aanzet van de terrasoverkapping aan de buitengevel van het pand niet in afwijking van de verleende omgevingsvergunning is gerealiseerd. Door de toezichthouder is vastgesteld dat de terrasoverkapping niet hoger is dan deze is toegestaan door de verleende omgevingsvergunning, aldus het college. Ook stelt het college dat de wijze van aanzet van de terrasoverkapping niet afwijkt van hoe deze is vergund. Uit de tekeningen blijkt dat de aanzet deels voor de bovenlichten moeten worden gerealiseerd en op de tekeningen is zichtbaar dat de overkapping komt te liggen op een vulregel die op de bestaande betonbalk rust, aldus het college. Tot slot stelt het college dat de verwijzing door eiser naar het welstandsadvies van 6 april 2023 in het voorgaande geen verandering brengt. Dit welstandsadvies is namelijk geen onderdeel van de omgevingsvergunning.

5.2 De rechtbank stelt voorop dat voor handhavend optreden een overtreding als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is vereist. Op grond van deze bepaling wordt onder overtreding verstaan: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Indien er in strijd met een verleende omgevingsvergunning is gebouwd, dan biedt artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet hiervoor de wettelijke grondslag om handhavend op te treden.

5.3 Op de pagina’s 4 en 7 van de omgevingsvergunning zijn achtereenvolgend de volgende tekeningen opgenomen:

5.4 Op 28 januari 2025 heeft een toezichthouder van het college een controle uitgevoerd op het perceel. Tijdens deze controle heeft de toezichthouder de maatvoering en de uiterlijke verschijningsvorm van de terrasoverkapping gecontroleerd. In het controleverslag dat de toezichthouder van deze controle heeft opgemaakt heeft de toezichthouder onder meer het volgende opgenomen:
‘Aanzicht overkapping vanaf de rechter kant. De bouwhoogte gemeten aan de gevel van de overkapping tot aan het maaiveld bedraagt 292 cm. Het maaiveld ten opzichte van het peil bedraagt 10 cm aan de gevel. De bouwhoogte van de overkapping ten opzichte van het peil bedraagt hierdoor 282 cm. Op de vergunningtekening is een bouwhoogte aangegeven van 285 cm boven peil als maximale bouwhoogte van de overkapping.
NB
Peil = bovenkant begane grondvloer van het pand.’

5.5 De rechtbank is van oordeel dat het college terecht heeft besloten dat geen sprake is van een overtreding. Daartoe acht de rechtbank van belang dat de hoogte van de gerealiseerde terrasoverkapping voldoet aan de vergunde bouwhoogte van 285 centimeter, zoals deze is weergegeven op de tekeningen die behoren bij de omgevingsvergunning. Uit het controleverslag van de toezichthouder blijkt namelijk dat de terrasoverkapping een bouwhoogte van 282 centimeter heeft, waardoor de toegestane bouwhoogte niet wordt overschreden. Voor zover eiser stelt dat op de tekeningen zichtbaar is dat de terrasoverkapping niet deels voor de bovenlichten wordt aangezet, merkt de rechtbank op dat uit detail 5 van de tekeningen op pagina 7 van de omgevingsvergunning blijkt dat de overkapping rust op een vulregel die op de bestaande betonbalk rust. De bovenlichten rusten eveneens op deze betonbalk, zodat de overkapping daarmee deels aansluit voor het bovenlicht op de gevel. De stelling van eiser dat in het welstandsadvies van 6 april 2023 door de welstandscommissie uitdrukkelijk is geadviseerd om de terrasoverkapping onder de bovenlichten te laten aansluiten brengt in het voorgaande geen verandering. Zoals de rechtbank eerder heeft opgemerkt staan de omgevingsvergunningen in rechte vast en daarom moet de rechtbank dan ook uitgaan van de verleende omgevingsvergunning en de daarbij behorende (bouw)tekeningen. Ook de stelling dat het college zich in de bezwaarprocedure tegen de omgevingsvergunning op het standpunt heeft gesteld dat de terrasoverkapping is aangepast naar aanleiding van het voorgenoemde welstandsadvies brengt eveneens geen verandering in het voorgaande. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6 Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de beslissing op bezwaar in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus Visschers, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P.C.M. van Wel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2026

griffier
rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Aangehaalde artikelen