Rb. Gelderland 26 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:595
Kort geding. Bewijsbeslag. Vordering in conventie tot afgifte van stukken ex artikel 197 Rv afgewezen vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang. Vordering in reconventie tot opheffing van het bewijsbeslag afgewezen: ingeroepen recht niet summierlijk ondeugdelijk. Door het bewijsbeslag wordt gewaarborgd dat de beslagen gegevens voorhanden blijven, totdat op een door de beslaglegger in te stellen inzagevordering (in een bodemprocedure) is beslist. De vordering in reconventie tot schorsing van het concurrentie- en relatiebeding wordt ook afgewezen. Om te kunnen beoordelen of het concurrentie- en relatiebeding vernietigbaar is, is bewijslevering nodig, waarvoor deze procedure zich niet leent. Belangenafweging noopt niet tot schorsing of vergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 196 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 197 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 205 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 206 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 705 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 709 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 7:653 BW7
- Artikel 3:94 BW3
- Artikel 6 EVRM