Rb. Gelderland 22 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2922

De vordering in conventie tot uitbetaling van openstaande vakantie-uren bij einde dienstverband is toewijsbaar. Eiser in conventie heeft de bedoeling gehad de arbeidsovereenkomst niet per direct, maar met inachtneming van de opzegtermijn van één maand, op te zeggen en gedaagde in conventie heeft dat ook zo begrepen. De vakantie-uren kunnen niet eenzijdig worden geacht genoten te zijn en gedaagde in conventie heeft geen vordering op eiser in conventie uit hoofde van onverschuldigde betaling ter zake van het loon over de maand februari 2024. De vordering tot uitbetaling van openstaande ATV-uren bij einde dienstverband wordt afgewezen. Gesteld nog gebleken is namelijk dat partijen over de uitbetaling daarvan bij einde dienstverband iets zijn overeengekomen. De vordering in reconventie wordt afgewezen omdat er geen vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling bestaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken