Rb. Gelderland 3 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2569
Artt. 5a en 6 WVW. Verhouding tussen deze strafbepalingen. Door raadsvrouw bepleit onderscheid tussen art 5a (gevaarlijk rijgedrag zonder ongeval) en art 6 (gevaarlijk rijgedrag met ongeval) is onjuist en niet conform de bedoeling wetgever. Vraag naar roekeloosheid bij art 6 wordt mede ingevuld door de gedragingen genoemd in art 5a. Bij reeks van verkeersovertredingen moet t.a.v. de causaliteit van het ongeval alleen die overtreding in aanmerking worden genomen die het ongeval heeft veroorzaakt, maar t.a.v. de schuldvraag moeten alle relevante verkeersgedragingen in aanmerking worden genomen, niet alleen de laatste, ‘causale’ gedraging.
De uitspraak op rechtspraak.nl