Rb. Gelderland 12 november 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9589

Weigering handhavingsverzoek m.b.t. het wijzigen van een recreatieterrein en het in strijd handelen met een vergunningvoorschrift uit de natuurvergunning uit 2003. De rechtbank verklaart het beroep, voor zover ingediend door MOB, niet-ontvankelijk omdat geen bezwaarschrift is ingediend. De rechtbank oordeelt dat de natuurvergunning uit 2003 op grond van het overgangsrecht geldt als een natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming. Dat betekent dat het vergunningvoorschrift over de afrastering nog steeds geldt en dat de natuurvergunning gebruikt kan worden voor intern salderen. Het beroep is gegrond voor wat betreft het voorschrift over de afrastering. Een groenstrook kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als afrastering. Het beroep is ook gegrond met betrekking tot de natuurvergunningplicht, omdat het college het toetsingskader uit de Rendac-uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2024 niet heeft toegepast. De rechtbank laat de rechtsgevolgen op dit punt in stand omdat op grond van de voorheen geldende rechtspraak over intern salderen geen natuurvergunning nodig was. De situatie valt daarom onder de overgangsregeling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken